maakproces

Pietje, de expert en de geschiedenisleraar

Afgelopen zaterdag spraken we met elkaar over of wat een expert zegt belangrijker is dan wat Pietje van op de hoek zegt. Is Pietje niet ook een expert in iets? Behalve dat we moeten weten wat we aan Pietje willen vragen en wat aan de expert, is een kritische blik naar de expert op z'n plek. Want is iedere expert niet ook altijd een Pietje met eigen vooroordelen en een subjectieve kijk op de dingen? Een expert is idealiter iemand die de eigen mening kan overstijgen en die een methode volgt om tot (voorlopige) conclusies te komen. Een methode die ook weer terug te volgen is zodat we ook achteraf kunnen zien hoe de expert tot deze conclusies gekomen is en begrijpen waarom de ene expert iets anders zegt dan de andere. 

Het gesprek ging verder over politiek, referenda, over vertrouwen, wantrouwen, waar we nog op kunnen vertrouwen en of we niet verbonden zijn door onze gezamenlijke machteloosheid. Maar waar is de plek waar we die verbondenheid kunnen voelen? Hier in deze repetitieruimte? In het theater? In de Verklaring van de rechten van de mens? Tegen het einde merkte Paul, voorheen geschiedenisleraar, op dat we het nog niet over onderwijs hadden gehad. Ligt daar niet een sleutel voor het ontwikkelen van een kritisch vermogen en een wereldbeeld gebaseerd menselijkheid en gelijkwaardigheid? 

Op dezelfde dag stond in de Vlaamse krant De Standaard een artikel over het wantrouwen van deskundigheid en de rol van de media in de Verenigde Staten. Hoewel de polarisatie en ongelijkheid daar wellicht groter is dan hier in West-Europa, maakt het artikel duidelijk dat media en onderwijs essentiële rollen spelen in het politieke interesse en het stimuleren van kritisch denken. 

‘Als we het al eens zouden kunnen worden over wat onze jongeren moeten weten’, zucht Jim Wagner, directeur van een centrum voor leerlingenbegeleiding in de Verenigde Staten. ‘Maar wij ruziën alleen maar over kwesties als: zijn de eindtermen niet te progressief en liberaal?'
Wagner is een hardgekookte conservatief, en toch heeft hij heimwee naar de sixties en seventies. ‘Omdat in die tijd individueel denken werd gestimuleerd. De burgerrechtenbeweging, het protest tegen de oorlog in Vietnam, de explosie van rockmuzikanten en films met een boodschap, het vrije denken op universiteiten: ik was het met heel veel oneens, maar het botste en knetterde tenminste. Vandaag knettert er bitter weinig. Het Amerikaanse onderwijs is gericht op het aanleren van vaardigheden – wiskunde en wetenschappen en economie. Geschiedenis, kunst, literatuur, actualiteit geldt vandaag als tijdverlies. Studenten moeten absorberen en vooral géén afwijkende standpunten verkondigen. Als je hen zo opvoedt, is het logisch dat politiek hen alleen interesseert als er iemand iets grofs of geinigs heeft gezegd. Nieuwsshows zoals mijn moeder ons liet zien – met een conservatieve en een liberale stem die in debat gingen – bestaan niet meer. Hoe kun je dan van een 18-jarige politieke interesse en burgerzin verwachten?’ 

Het volledige artikel uit De Standaard kan je hier lezen